Zoeken

H2O Blogs

Schrijfsels, Denkeltjes, Zorgsels en Verbazeltjes

Reiskist

Al dertig jaar heb ik een reiskist. Gekregen van mijn oom en tante. Hij stond bij hen in de weg. Ik had een studentenkamer te vullen. Een win-winsituatie noemde je zoiets. Deze hutkoffer heeft een speciaal plekje in mijn hart. Robuust en onverwoestbaar aan de buitenzijde, door het donkergroene metaal, de stevige zwarte randen aangevuld met gebutste houten plinten. Vanbinnen ontmoet vergankelijkheid vergane glorie door het gescheurde behang op hout.
Een kist ook met familiegeschiedenis. Mijn oom gebruikte hem voor pendeltochten tussen hemel en aarde. Aards Amsterdam won het daarbij van het Brabants seminarie. Tijdens mijn bezit dienstdoend als boekenkist, salontafel met obstakels, televisietafel en nu als dekenkist. Mijn oudste gaat met een paar jaar studeren. Tijd voor de doorgave?

[ Mijn inzending op 120w.nl voor weekthema Deken ]

Advertenties

Bloeidag / Bloomday April (’18)

Na een paar jaar stilte in dit deel van mijn blog vond ik het weer leuk om weer wat over mijn tuin te bloggen. Oorspronkelijk geïnspireerd door de blog Turning Toward The Sun van mijn ‘American mom’ Gloria Ballard, schreef ik ooit maandelijks een update over wat (niet) groeide en (niet) bloeide in mijn achtertuin.

Beverboom

Hoewel de bescheiden traffic naar mijn site vooral richting mijn eigen schrijfsels gaat, blijft één van de populairste pagina’s een tuinsel-stuk. In 2014 schreef ik over het laat snoeien van de catalpa in de achtertuin. Ook schreef ik daar over de verschillende soorten catalpa’s. Het komt vast door de Suske & Wiske-achtige titel ‘De comfortabele Catalpa en de Strakke Snoeibeurt’, want deze komt nog regelmatig terug in zoekresultaten van vermoedelijk medesnoeiers in nood.

Ik ben de afgelopen jaren het meest bezig geweest met mijn bonsai’s-2-be. Kleine jonge boompjes, die nog lang geen grillig patroon kennen van de prachtige bomen-in-pot. Dat duidt ook wel een beetje mijn verhouding tot mijn tuin. Een beetje aanprutten, inmiddels wel wat kennis over het een en ander, maar ik ben vooral bezig als liefhebber. Rommelen in de tuin maakt mijn hoofd leeg voor ruimte voor (werk)denksels.

Het was goed koud afgelopen winter en dat maakte me wel bezorgd over wat er van mijn bonsai’s terecht zou komen. Inwikkelen met bubbeltjesfolie tijdens die enorme koudegolf was voor een aantal jonge boompjes onvoldoende bescherming. Ik moet vermoedelijk afscheid nemen van enkele van mijn mooie probeersels. Ik ben nog ‘in denial’, maar ik vrees dat deze foto van vorig jaar de laatste in blad was.

BonsaiBansai

[ Een beetje laat geplaatst deze April blog. Maar ik moest de foto’s er nog bij zoeken en andere zaken hadden meer voorrang. ]

Buiten is het Eden

BuitenIsHetEden

Ik mag graag rommelen in mijn postzegeltuintje. Ik ben geen echte tuinfanaat. Het is net als mijn schrijven, een hobby in deeltijd. Een siertuin heb ik. Dus geen moestuin vol met vergeten groenten. Soms probeer ik het wel, maar ik blijk die gezaaide groenten vaak toch weer te vergeten.
Mijn neiging om dingen te verzamelen heeft ook invloed gehad op mijn tuin. Fanatiek haast was mijn zoektocht naar helleborisvariëteiten, ook wel bekend als kerstroos. Hosta’s vond ik daarna mooi, maar de slakken ook. Inmiddels staat mijn tuin hutjemutje vol vaste planten. Een voordeel, want onkruid krijgt zo weinig ruimte. Veel minder onderhoud, betekent meer tijd voor schrijven. En dat doe ik dus het liefst met uitzicht op mijn kleine Eden.

[ Mijn inzending op 120w.nl voor weekthema ‘Onderhoud‘ ]

De Potvis van Mocha

Moby Dick
Illustratie van Coralie Bickford-Smith

Ken je dat? Je doet onderzoek voor een verhaal en ontdekt dat je een volkomen verkeerd beeld hebt bij het onderwerp. Neem nu levertraan. Ja, levertraan. Gehaat werd het vroeger, dat lepeltje levertraan. Het smaakte zo vies als het goed voor je was. Dagelijks reden voor strijd tussen ouder en kind. Levertraan wordt blijkbaar gewonnen uit kabeljauwlevers. Ik wist het niet. Altijd gedacht dat het uit walvissen kwam.
In Moby-Dick had ik het vast teruggevonden. Maar ja, dat heb ik nooit gelezen. Een verfilming? Ook niet gezien.
Wikipedia is geduldig. Potvissen? Gevangen voor walschot en ambergris. En een ander weetje. De eenheid van lichtsterkte, Candela, is gebaseerd op het licht van een kaars gemaakt van walschot. Schrijven? Heel erg leerzaam.

[ Mijn inzending op 120w.nl voor weekthema Levertraan ]

Is het er gewoon tijd voor?

Bizar. Het leger ingezet bij de Oostvaardersplassen berichtte Omroep Flevoland gisteren. Het lijkt wel of we in een scene van ‘Krullegevaar’ aanbeland zijn. Het verhaal waarmee ik in 2016 de Andries Greinerprijs won in de categorie 25+(er). Oorspronkelijk had ik de intentie om te verhalen over uit de hand gelopen ecosysteemcreatie. Ik had er al eens eerder over geschreven. Maar al onderzoekend vond ik het interessanter om het over journalistiek te hebben. Zaken als wat nieuws mag worden en wat absoluut niet. Hoe gaat nieuwsvergaring en waarom valt er iets af. Maar ook wat wordt als waarheid gezien en hoe gaat de samenleving en de overheid er mee om. Het raakte blijkbaar een snaar bij de jury, een half jaar voor de echte #fakenews explosie.

Ik vind het wel leuk om dit soort thema’s te onderzoeken. De rafelrandjes te ontdekken. De (potentiële) tegenpool te verkennen; het zwarte stipje in het witte vlak van het Yin-Yang teken. Voor elke situatie is er immers altijd de mening van de grote groep en een kleine nooit te overtuigen kern. Die kleine kern kan na enige tijd groter worden en de mening van de grote groep beïnvloeden en daarmee transformeren. Dit komt niet louter door de hedendaagse ongekende communicatiemogelijkheden met daarbij horende netwerkeffecten. Vaak is het gewoon domweg tijd voor de groeiende tegenbeweging. Het werkt een beetje als modetrends. Iets wordt ineens mooi en belangrijk gevonden en later weer niet. Feitelijk kan je er op wachten dat dit gebeurt.

Continue reading “Is het er gewoon tijd voor?”

Gooise Moordenaar

Voor mij is een tram pas een tram als er een 9 op staat. Als jonge puber ging ik helemaal alleen met tram 9 naar mijn grootouders in de Watergraafsmeer. Vanaf Centraal reed lijn 9 langs Artis de oneindige Plantage Middenlaan af. Daarna ging het langs Tropenmuseum en door de Linnaeusstraat. Bij de spoorbrug moest ik opletten. Daarachter was halte Hogeweg. Mijn wereldreis ten einde. Standaard volgde het telefoontje naar huis. Kleinzoon is veilig aangekomen.
Naast mijn tramhalte stond het voormalige hoofdkantoor van de Gooische Stoomtram Maatschappij; de voorloper van lijn 9. De stoomtramlijn die tot het verre Hilversum reikte. Door de vele ongelukken bekend als De Gooise Moordenaar. Benieuwd of ik met die tramlijn ook alleen had mogen reizen.

[ Mijn inzending voor weekthema tram op 120w.nl ]

Koekeloeren

‘Getver. Wat ben jij nou aan het kijken?’
‘Moffel en Piertje. Dat zie je toch?’
‘Ja maar jeetje, pa. Dit is echt zó awkward. Waarom kijk je daar nou weer naar. Dat doe je me toch niet aan. F*cking Moffel de Mol.’
‘Weekwoordresearch, het woord is Moffel. Ik weet het. Het is heftig, maar het moet echt even gebeuren.’
‘Doe in ieder geval dan een koptelefoon op, pa. Dan hoef ik die zeikstemmen niet te horen. Echt, niet te harden die mollenstem.’
‘Ah, jochie toch. Vroeger vond je het zo leuk. Hier, luister. Dat fijne Flip de Beer-muziekje.’
‘Paaaahhh, stop it. Typ dat verhaal nou maar snel. Ik ga hier zo gamen met mijn vrienden. Skype staat toch nog aan?’

[ De research voor mijn inzending op 120w.nl voor weekthema Moffel leidde tot al leuke reacties ]

De Vliegende Flevolander

Het mistte in Almere Haven. De flat bij de havenmonding stak boven een eindeloze wattendeken uit. Code Wit. Autorijden of fietsen, het was onverantwoord met slechts enkele meters zicht. Thuisblijfweer, laat staan weer om met een boot het Gooimeer op te gaan.
De havenmeester deed net zijn ronde langs de kade toen hij de schelle bel hoorde. Een ouderwetse mistbel? Het geluid kwam van het water. Welke gek wilde nu de haven invaren?
De bel klonk snel luider. Daar! Een grote driemaster prikte door de mist. De gehavende zeilen nog niet gestreken. Die kapitein was gek. Zo crashte hij op de havenrand, kurkenzakken of niet.
‘Strijk je zeilen!’ gilde de havenmeester.
‘Wat is er, schat?’ vroeg zijn wakker geschrokken vrouw.

[ Mijn inzending op 120w.nl voor weekthema Kurk ]

La comtesse russe de Pamplemousse

Triolet

Het terras van het café was verlaten op een stokoude man en de ober na. Ze zaten te schaken. Het café stond naast de oude suikermolen met uitzicht op Solitude Lake.

‘Goedendag, welkom in Triolet. Russisch? Brits?’ vroeg de ober.
‘Nee, Belgen. We zijn op doorreis naar Port Louis en nogal dorstig. Twee bier alstublieft.’
We lieten de folder van de botanische tuinen zien. Daar kwamen we net vandaan. Vooral de vijver, vol gigantische waterlelies, beviel ons.
‘Belgen? Echt? Zeg maar niet tegen mijn opa.’ Hij knikte naar de oude man.
‘Hoezo?’
‘De beste politie-inspecteur van Mauritius. Slechts één onopgeloste moordzaak. Een Russische gravin, gevonden in die klotevijver. Ze was getrouwd met een Belgische inspecteur. Zuur als grapefruitsap die geschiedenis.’

[ Mijn inzending voor weekthema Triolet op 120w.nl ]
[ Inspiratie haalde ik uit ‘Mauritius Blues’ ]

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

Omhoog ↑