Zoeken

H2O Blogs

Schrijfsels, Denkeltjes, Zorgsels en Verbazeltjes

‘Het hoort in een museum thuis.’

We hebben mijn opa vandaag begraven. Opa Piet was mijn held, maar zelf wilde hij daar niets van horen. ‘Jullie zijn de echte helden,’ zei hij altijd. Hij doelde op mijn maten en mijzelf, na missies in Joegoslavië, Irak, Uruzgan en Mali. We droegen zijn kist vanmiddag in uniform naar zijn laatste rustplaats. Een oude wens van hem. Oma en opa zijn weer bij elkaar. Naast hun graf, het graf van zijn broer Hans.

Iedereen in het dorp kende opa Piet en het was ongekend druk bij het afscheid gisteravond. Ze hadden zijn kist in het midden van de grote museumhal geplaatst. Het was er overvol. Jarenlang had ‘den postman Piet’ de post rondgebracht in Overloon en omstreken. Het eerbetoon kwam echter door zijn tomeloze inzet voor het museum. Het was speciaal voor dit afscheid gesloten. Oude vrienden stonden stram en geleund op stokken naast zijn kist, omringd door bloemen en vele kransen uit Engeland en de Verenigde Staten. Opa had tot ver over de grens mensen geraakt met zijn handelen bijna vijfenzeventig jaar geleden en gedurende de vele jaren daarna.
Hij was vrolijk en vriendelijk, opa Piet. Maar twee keer per jaar was hij een somber man. Al zolang ik me kon herinneren. De donkerste herinneringen uit zijn leven kwamen dan weer boven. En wij als veteranen wisten hoe donker die konden zijn.
‘Laat opa maar even, jongen,’ zei oma altijd. ‘Hij denkt weer aan die tijd. Dat raakt hij nooit meer kwijt. Wij allemaal niet.’ Want oma en haar familie had ook geleden. Wie niet in Overloon?
Bij opa was het begin mei minder erg dan eind september. Ik heb het vooral in mei. Gebeurtenissen tijdens mijn missies malen dan extra door mijn hoofd. Veel extremer dan gebruikelijk. Opa had het vooral zwaar van eind september tot half oktober. Dan kon hij uren uit het raam staren, zijn blik steevast gericht op de oude lindeboom op het erf. Te peinzen over de gebeurtenissen in de herfst van 1944. Op die dag eind september onder die boom en de bange weken erna.

Doorgaan met het lezen van “‘Het hoort in een museum thuis.’”
Advertenties

De Kroon en de 2,8 Microgrammen

Cobalamine, de chemische naam voor vitamine B12 is een lastig stofje voor mij en gelijken. Ons lichaam heeft onder andere last van B12-malabsorptie. Die 2,8 microgrammen aanbevolen dagelijkse hoeveelheid worden niet zonder kunst- en vliegwerk opgenomen.
Het is natuurlijk maar één van de allerlei uiterst complexe processen in de darmen en organen er omheen, die bij ons geCrohnden mogelijk wordt verstoord. Ieder heeft het op zijn eigen manier, waardoor het vinden van de juiste medicatie een dingetje blijft. Het heeft veel weg van een vierdimensionale mikadopuzzel. Frustrerend wanneer ik weer vertraagd ‘af’ ben door een mislukte poging ‘stokje trekken’. Dan heb ik er weer de plee in en schijt aan. Schrijven helpt me dan … Soms slechts maar een klein beetje.

[ Mijn inzending voor weekthema ‘Cobalamine’ op 120w.nl ]

Mescal

Al anderhalve dag was ik onderweg. Volgens de display boven de buschauffeur waren we over veertien uur in het centrum van Los Angeles. De Greyhound-bus reed gestaag verder over de eindeloze I-10. Lordsburg was de laatste stop in New Mexico. Nu reden we door Arizona richting Tuscon. De lucht trilde boven het asfalt. Binnen loeide de airco. Alles was hier dor en droog, met her en der Arizona’s trots, de saguaro. Minstens 15 meter hoog schatte ik ze in. Er stonden er hier diverse in groepjes, afgewisseld met agaves.
‘Hey Dutchman!’ De chauffeur wees naar het bordje ‘Mescal’ langs de weg en maakte het universele drinkgebaar. ‘Cactus drink place. Very nice.’ Toch reed hij verder. Verder over die eindeloze I-10.

[Mijn inzending voor weekthema Cactus op 120w.nl ]

In de wolken

Eind jaren tachtig had ik als informaticastudent een heuse IBM PC. Ik was helemaal van in de wolken van dit krijgertje. Mijn IBM PC had een aantal speciale eigenschappen, waardoor ik menig jaloerse blik kreeg in ons studentenhuis. Zo had ik een kleurenscherm. Hierdoor waren de spelletjes veel leuker om te spelen. Ik had verder een 286-processor en een matrixprinter. Bovendien had ik twee floppy-drives. Naast de gangbare drive voor 5¼ inch diskettes had ik ook één drive voor 3. 5 inch diskettes.
De diskette is nog steeds het symbool voor opslaan, hoewel een wolksymbool bij mijn zonen meer opslagassociaties oproept. Ondanks al die technische vooruitgang blijft het menselijke gedrag onveranderd. Hoe vaak vergeten we niet om op te slaan?

[ Mijn winnende (!) inzending voor weekthema Floppy op 120w.nl ]

Turdus felicitas

De rood-witte gastenlijster is in ons land een zeldzaamheid. Juist afgelopen zondag is een vrouwelijk exemplaar gespot in de Eindhovense wijk de Woenselse Heide. Volgens de woordvoerder van de Brabantse afdeling van de Nederlandse Ornithologische Unie heeft het vrouwelijke exemplaar van deze lijstersoort een bijzonder gewoonte. Zij geeft potentiële partners middels een wijd scala aan geluiden te kennen, welke onderdelen van haar nestje nog aan haar geluk ontbreken. De beste cadeaubrenger mag als beloning een broedsel lang blijven plakken. Door deze gewoonte van verbale uitzetuiting verwachten vogelaars dat diverse mannelijke exemplaren het bewuste park in noordelijk Eindhoven zullen bezoeken. Leden van diverse regionale vogelwerkgroepen houden sindsdien bij toerbeurt de vogelwacht. Tot op heden is er echter nog geen feestje gespot.

[ Mijn dierendag-inzending voor weekthema Gastenlijst op 120w.nl ]

Wroet & Morag – “De reuzenaardbeien”

Er waren eens twee vriendjes, kabouterjongetje Wroet en heksenmeisje Morag. Wroet woonde net als alle kabouters in het grote Sprookjesbos aan de voet van de Beukenberg. Morag woonde net als alle heksen en tovenaars vlakbij de Bezembobbel. Zo heette de Beukenberg namelijk aan de heksenkant. Toverbezems maak je immers van beukenhout.
Wroet en Morag speelden vroeger elke dag bij elkaar. Maar sinds de lentemaan niet meer. Wroet ging toen voor het eerst naar kabouterkleuterschool en Morag voor het eerst naar heksenkleuterschool. Alleen op woensdagmiddagen kunnen ze nog met elkaar spelen.

Deze keer gaat Morag naar Wroet. Lopend én alleen. Oma past wel op, maar is druk met allerlei toverdingen. Morag wilde op haar bezem gaan, maar alleen vliegen vond oma niet goed. Voor de zekerheid kreeg ze zelfs een fluitje mee. Voor als er iets gebeurd, dan kom ik direct, zei oma. Morag vindt dat maar stom. Ze is toch al groot? Ze gaat toch al naar school?

Doorgaan met het lezen van “Wroet & Morag – “De reuzenaardbeien””

Vakantiebaan

De vakantiebaanvacature was in mum van tijd vervuld. Het was dan ook geen gewone negen-tot-vijfbaan. Eerder een achtbaan. De leeftijdsgrens van minimaal zestien jaar leidde wel tot veel gemor op sociale media. Wat een onrecht. Elke scholier van minstens één meter veertig had hier immers wel oren naar. De geselecteerde tijdelijke werknemer had zich echter niet in de kleine lettertjes van zijn contract verdiept. Zijn werkterrein was hierdoor die eerste uiterst zonnige werkdag geen pretje. Woest was hij toen hij voor de vierde keer bij het bordje ‘Vanaf hier nog vijf kwartier’ stond.
‘Ik ben hier de achtbaantester en jullie laten me net als ieder gewone pretparkbezoeker in de rij wachten? Wat is dit voor een rotbaan! Ik neem ontslag.’

[ Mijn (wellicht wat flauwe) inzending voor weekwoord Pretpark op 120w.nl ]

Reiskist

Al dertig jaar heb ik een reiskist. Gekregen van mijn oom en tante. Hij stond bij hen in de weg. Ik had een studentenkamer te vullen. Een win-winsituatie noemde je zoiets. Deze hutkoffer heeft een speciaal plekje in mijn hart. Robuust en onverwoestbaar aan de buitenzijde, door het donkergroene metaal, de stevige zwarte randen aangevuld met gebutste houten plinten. Vanbinnen ontmoet vergankelijkheid vergane glorie door het gescheurde behang op hout.
Een kist ook met familiegeschiedenis. Mijn oom gebruikte hem voor pendeltochten tussen hemel en aarde. Aards Amsterdam won het daarbij van het Brabants seminarie. Tijdens mijn bezit dienstdoend als boekenkist, salontafel met obstakels, televisietafel en nu als dekenkist. Mijn oudste gaat met een paar jaar studeren. Tijd voor de doorgave?

[ Mijn inzending op 120w.nl voor weekthema Deken ]

Bloeidag / Bloomday April (’18)

Na een paar jaar stilte in dit deel van mijn blog vond ik het weer leuk om weer wat over mijn tuin te bloggen. Oorspronkelijk geïnspireerd door de blog Turning Toward The Sun van mijn ‘American mom’ Gloria Ballard, schreef ik ooit maandelijks een update over wat (niet) groeide en (niet) bloeide in mijn achtertuin.

Beverboom

Hoewel de bescheiden traffic naar mijn site vooral richting mijn eigen schrijfsels gaat, blijft één van de populairste pagina’s een tuinsel-stuk. In 2014 schreef ik over het laat snoeien van de catalpa in de achtertuin. Ook schreef ik daar over de verschillende soorten catalpa’s. Het komt vast door de Suske & Wiske-achtige titel ‘De comfortabele Catalpa en de Strakke Snoeibeurt’, want deze komt nog regelmatig terug in zoekresultaten van vermoedelijk medesnoeiers in nood.

Ik ben de afgelopen jaren het meest bezig geweest met mijn bonsai’s-2-be. Kleine jonge boompjes, die nog lang geen grillig patroon kennen van de prachtige bomen-in-pot. Dat duidt ook wel een beetje mijn verhouding tot mijn tuin. Een beetje aanprutten, inmiddels wel wat kennis over het een en ander, maar ik ben vooral bezig als liefhebber. Rommelen in de tuin maakt mijn hoofd leeg voor ruimte voor (werk)denksels.

Het was goed koud afgelopen winter en dat maakte me wel bezorgd over wat er van mijn bonsai’s terecht zou komen. Inwikkelen met bubbeltjesfolie tijdens die enorme koudegolf was voor een aantal jonge boompjes onvoldoende bescherming. Ik moet vermoedelijk afscheid nemen van enkele van mijn mooie probeersels. Ik ben nog ‘in denial’, maar ik vrees dat deze foto van vorig jaar de laatste in blad was.

BonsaiBansai

[ Een beetje laat geplaatst deze April blog. Maar ik moest de foto’s er nog bij zoeken en andere zaken hadden meer voorrang. ]

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

Omhoog ↑